Anne van Zwieten signeert

Anne van Zwieten signeert.

Anne van Zwieten schreef De Zoon, haar vierde boek.

Over hoe je pas thuis kunt komen als je weet waar je vandaan komt.
 
Zomer 2023. Vakantie in Toscane. Mijn derde boek was net een paar maanden uit en ik had zin om weer te gaan schrijven. Maar waarover?
"Over mij," zei mijn man. Ik was perplex. Zolang ik hem ken, is hij terughoudend in het delen van de bijzondere start van zijn leven en nu mocht het de wereld in?
Zijn adoptie die langs officieuze weg verliep, de zoektocht naar waar hij vandaan komt, de moeizame invulling van zijn latere rol als vader… Het komt allemaal aan bod in De Zoon.
 
Het is zijn verhaal, maar toch ook nadrukkelijk het mijne. Mijn ervaring als partner klinkt erin door. Het is mijn stem die het verhaal heeft vormgegeven en mijn meest persoonlijke boek tot nu toe.
Ik heb niet alleen de zoektocht met mijn man meebeleefd, maar ook samen met hem een ontwikkeling doorgemaakt in onze rol naar elkaar.
Waar ben je vrouw/man, waar therapeut/gekwetste, waar moeder/vader en hoe pas je al die rollen in elkaar om samen een thuis te hebben.
 
Een fragment (Winalt – mijn man – is als dertiger op zoek naar zijn biologische ouders. Hij is daarvoor teruggegaan naar het kindertehuis waar hij de eerste drie jaar van zijn leven doorbracht)
 
'Er klonk een kort klopje op de deur. Mevrouw Gruber kwam weer binnen. "Haben Sie etwas gefunden?" Winalt liet het briefje zien. Hij mocht het meenemen zei mevrouw Gruber. Op de vraag wat Pram zou kunnen betekenen, antwoordde ze dat het een kleine plaats zou kunnen zijn. Zo klein dat er geen straatnamen waren, maar alleen nummers.
 Winalt knikte. Hij stond op, hij voelde zich licht en wiebelig in de benen. Dit bood hoop, hoe kleiner het plaatsje, hoe meer kans dat iemand zijn vader kende of herinnerde. Verwachtingsvol liep hij met Eline de gang in, terug naar de uitgang. Even stond hij stil. "Was hier vroeger een trein of een tram?" Hij herinnerde zich ineens dat geluid.
"Ja, er was een tram." Mevrouw Gruber wilde daar nog iets aan toevoegen, maar vanuit een van de ruimtes kwam een oudere dame in een wit schort de gang in gelopen. Ze keek op, haar blik bleef hangen op Winalts gezicht. Ze hield haar pas in, keek nog eens goed en stond ineens stil.
"Berli?" De vrouw kwam weer in beweging en liep op Winalt af. "Berli. Du bist es." Ze bracht haar handen omhoog, alsof ze zijn gezicht wilde vastpakken.
Er ging een schok door Winalts lijf. Berli, de klank, het gevoel, hij wist het weer. Zijn verzorgster was de enige die hem Berli, beertje, had genoemd.
"Maria." Haar haren waren nu bijna wit. Maar haar lichtgrijze ogen, haar stem en haar handen die de zijne pakten waren nog steeds hetzelfde. Na al die jaren werkte ze hier nog steeds. Hij kon het bijna niet geloven. Hij huilde, zij huilde. Het maakte niet uit.
"Hoe wist u zo snel dat ik het was?’ stamelde Winalt.
 "Lieve jongen, Berli, je bent me altijd bijgebleven. Je ogen, je neus, je oren. Ik zag het direct. Je staat in mijn geheugen gegrift."'

Wanneer

  • Zaterdag 21 maart 2026 14.30 - 16.00 uur